Dojo

Dojo Aikido Almere
De dojo van Aikidojo Poort

Een dojo is een trainingsruimte waar een krijgskunst beoefend wordt. Het woord bestaat uit twee karakters: 道, dou en 場, jou.

道 betekent “de weg” of “het pad”. Naast straten, wordt het karakter ook gebruikt om krijgskunsten mee te omschrijven: aikido, judo, kendo, en de algemene term krijgskunst: budo (het pad van de krijger). 場 betekent “de plaats” of “de plek”. Het karakter wordt voor veel verschillende woorden gebruikt.

Dojo in Japan

Dojo betekent dus letterlijk “plek van de weg”. In theorie kan elke ruimte als dojo dienen. In Japan hebben veel (middelbare) scholen een speciale ruimte met een houten vloer die als dojo fungeert. Japanse scholieren krijgen dan ook een uur in de week krijgskunst op school, als onderdeel van de lichamelijke opvoeding. Vaak is dit judo, soms kendo, aikido of karate. In principe wordt deze les gegeven door een speciale leraar die zijn strepen verdient heeft in de betreffende kunst.

Ook veel (boeddhistische) tempels hebben een zaal die als dojo gebruikt wordt, of kan worden. Soms wordt er door de monniken getraind, soms wordt de zaal verhuurd aan een vereniging. Een beetje vergelijkbaar met de manier waarop kerken soms gebruikt worden door koren om in te zingen. Een dojo wordt dan ook beschouwd als een heilige ruimte, net als een kerk in het westen.

Een dojo in een tempel bevat van nature vaak een altaar waar een kalligrafie hangt, dit is de kamiza (hoge zetel). In de traditioneel sterk hiërarchische Japanse cultuur was de plaats waar je zat erg belangrijk. Hoe dichter bij de kamiza (en hoe verder bij de deur) hoe eervoller.

Dojo in Nederland

In het westen zijn kant en klare dojo zeer zeldzaam. Er wordt daarom vaak getraind in sporthallen of gymzalen. Het portret van de grondlegger van de desbetreffende krijgskunst dient vaak als kamiza, eventueel aangevuld met een kalligrafie. Dit maakt het wat lastiger om de sfeer van een heilige ruimte te behouden, zeker in het nuchtere Nederland. Helaas is er tot op heden nog geen kerk bekend die haar ruimte vrijwillig heeft afgestaan aan een budo vereniging.

Buigen

Buigen is DE Japanse uiting van respect. Het is niet voor niets dat deze twee woorden in het Japans homoniemen zijn (een woord met twee betekenissen). Een buiging wordt in allerhande situaties gebruikt. Bijvorobeeld om te danken, te groeten, spijt te betuigen, etc. Ook binnen aikido wordt er veel gebogen. Bijvoorbeeld aan het begin en einde van een les, bij het betreden en verlaten van de mat, aan het begin en einde van een oefening, en sommige mensen groeten zelfs elke keer dat zij wisselen van rol (uke-tori).

Er zijn verschillende manieren van buigen, en in het algemeen geldt hoe dieper hoe beleefder. In de traditioneel hiërarchische Japanse samenleving is het gebruikelijk dat de persoon die lager in aanzien staat dieper buigt. Groet altijd met een rechte rug en op zodanige afstand dat een ander je niet meteen op je hoofd kan slaan.

Zittend

Zittend (op je knieën) groet je door je beide handen in een driehoek op de grond te leggen en voorover te buigen. Het netste is om eerst je linkerhand en dan je rechterhand neer te leggen.

Staand

Staand groet je door je handen op je bovenbenen te leggen en voorover te buigen. Het netste is om te groeten met je handen aan de buitenkant van je bovenbenen, aan de voorkant mag in veel gevallen ook.

Hakama

Een hakama is een traditioneel Japans kledingstuk. Er zijn twee types: een plooirok die een meer ceremoniële functie heeft, en een plooibroek die geschikt is om paard in te rijden. Deze laatste werd gedragen door de klasse van krijgers, de samurai. Omdat het beoefenen van krijgskunsten bij de samurai klasse hoorde, zijn van oudsher de beoefenaars van alle krijgskunsten deze plooibroeken gaan dragen.

Door de schaarste aan stof tijdens de tweede wereldoorlog is er een periode geweest waarin hakama slecht voorradig waren, en is het gebruik ervan afgenomen. Bij sporten als judo en karate ontdekte men dat het voor hen veel praktischer was om zonder plooibroek te trainen. Bij aikido en veel andere krijgskunsten zijn hakama na de oorlog wel weer in gebruik genomen. Omdat een hakama nog steeds relatief prijzig is, en omdat het de voeten van een leerling slechter zichtbaar maakt, werd besloten om de hakama pas aan te trekken vanaf de eerste dan (zwarte band graad). Op deze manier heeft men lang genoeg om ervoor te sparen, en genoeg tijd om het voetenwerk te corrigeren alvorens de voeten te bedekken.

Het bepalen van de juiste maat doe je het gemakkelijkst door de hakama van een andere aikidoka te passen. Let hierbij goed op de manier waarop je knoopt, er zijn verschillende manieren en iedereen heeft een eigen voorkeur. Vraag je leraar voor tips. Ook de hoogte waarop je je band knoopt is van invloed.

De plooien

Aikido Almere Hakama
Hakama

Een broek heeft 7 plooien, 2 aan de achterzijde en 5 aan de voorzijde. Deze plooien worden geassocieerd met de 7 deugden uit de Japanse krijgscultuur:

Aan de voorzijde:

  • Yuki (dapperheid)
  • Jin (goedhartigheid)
  • Gi (rechtvaardigheid)
  • Rei (beleefdheid)
  • Makoto (oprechtheid)

Aan de achterzijde:

  • Chugi (loyaliteit)
  • Meiyo (eer)

Kleur:

Hakama zijn verkrijgbaar in allerhande donkere, en soms felle kleuren. De felle kleuren zijn meestal voorbehouden aan priesters. Bij aikido wordt in principe een donkerblauwe (indigo) of zwarte hakama gedragen. Een hakama wordt door Japanners, net als veel andere gebruiksvoorwerpen, met respect behandeld. Daarom wordt een hakama, net als een pak, altijd netjes opgevouwen.

Kleuren banden

Je pak knoop je dicht met een band, een obi in het Japans. Het is daarom handig te weten hoe je band te knopen.

Kinderles:

Bij de kinderles maken we gebruik van verschillende kleuren banden. Deze volgen elkaar op de volgende manier op:

  • Wit
  • Geel
  • Oranje
  • Groen
  • Blauw
  • Bruin
  • Wit

Tussen elke band zit een zwarte streep, deze krijg je mee en kun je zelf op je band stikken. Om een volgende kleur band te krijgen moet je eerst examen doen. Na de bruine band krijg je weer een witte. Dit is een “volwassen” witte band, en houd je totdat je een zwarte band krijgt.

Volwassenles:

Bij de volwassenles kennen we alleen witte en zwarte banden. Een zwarte band geeft niet aan dat je alles weet, of dat je een leraar bent, het geeft slechts aan dat je (als het goed is) alle basis kent en onder de knie hebt. De eerste zwarte band heet dan ook shodan – de “begin-graad”. Als je een zwarte band hebt mag je tevens een hakama dragen. Ook na het behalen van je zwarte band leer je verder en kun je nog verschillende graden halen.

Andere scholen:

Bij sommige scholen werken ze ook bij de volwassenen met gekleurde banden, meestal volgen die een volgorde die grofweg overeen komt met die van de kleurenbanden bij de kinderen.

Je band knopen

judo band knopen
Je band knopen

Een band knopen is vaak een van de eerste obstakels waar een beginnend aikidoka mee te maken krijgt. Er zijn verschillende manieren van knopen, hieronder staat er een uitgelegd en uitgebeeld die het meest gebruikt wordt binnen aikido:

  1. Zoek het middelpunt van je band.
  2. Leg het middelpunt op je buik en haal de beide kanten naar achteren.
  3. Kruis de beide kanten van de band, rechts boven, links onder.
  4. Haal de beide kanten terug naar voren, ze zouden even lang moeten zijn.
  5. Leg de rechterzijde plat op je buik, haal de linkerzijde onder alle banden door.
  6. Trek de banden aan en vouw de linkerkant naar rechts.
  7. Leg een knoop en trek die goed aan.

Klik op de foto voor een grotere versie.