Stappen

Er zijn verschillende manieren om te stappen, en elke manier heeft zijn voor en zijn nadelen. De Japanners hebben alle mogelijke manieren van stappen een naam gegeven. Hieronder vind je verschillende stappen, de letterlijke vertaling en een korte beschrijving hoe ze uit te voeren. Een deel van de stappen is onderdeel van het examenprogramma en er wordt van je verwacht dat je deze kent, een ander deel is slechts ter informatie.

Taisabaki – 体捌 – lichaamsverplaatsing (exameneis):

Irimi – 入体 – binnentredend lichaam
Stap naar voren, tenzij anders aangegeven met het achterste been.

Tenkan – 転換 – keren
Draai van 180 graden op de voorste voet, het achterste been stapt naar de eigen rug toe.

Irimi Tenkan – 体捌転換 – binnentredend lichaam wat omkeert.
Stap naar voren, gevolgd door draai van 180 graden, je eindigt precies tegenover je beginpunt.

Tenkai – 転回 – omkeren
Draai van 180 graden op bal van de voeten, zonder te stappen.

Kaiten – 回転 - omwenteling
Stap naar voren met achterste been, gevolgd door draai op de bal van de voeten.

Sokumen/Isoku – 側面 – zijkant
Voorste voet beweegt opzij, waarna het achterstebeen de oorspronkelijke plaats van het voorste been in neemt en het lichaam een kwartslag draait.

Tenshin – 転身 – omzetten
Als sokumen, maar het lichaam draait slechts 45 graden.

 

 

Ashisabaki – 足捌 – voetverplaatsing (informatief):

Suri ashi – 摺足 – schuifstap
De voeten schuiven over de vloer, worden nooit helemaal opgetild. Standaard manier van stappen binnen aikido, te combineren met andere stappen.

Ayumi ashi – 歩足 - wandelpas/wandelen
Een normale wandelstap, het achterste been wordt voor het voorste been geplaatst.

Okuri ashi – 送足 - verzonden been
Het voorste been gaat als eerste naar voren, waarna het achterstebeen bij gehaald wordt, meestal tot een natuurlijke stand.

Tsugi ashi – 継足 – samengebrachte benen
Het achterste been gaat als eerste naar voren, maar blijft achter het voorste been. Dan gaat het voorste been naar voren, meestal tot een natuurlijke stand.

Chidori ashi – 千鳥足 – kieviets stap
Het achterste been schuift voor het voorste been langs, waardoor de benen kruisen.

Hanami – Bloemen kijken

Kersenbloesems

Een typisch Japanse tijdsbesteding in de lente is hanami – letterlijk “bloem kijken”. Wie ooit heeft opgelet tijdens de lente begrijpt misschien waarom, sommige bloesems zijn gewoon prachtig. Toch steekt er meer achter.

Van oudsher hebben Japanners een diepgaand besef en waardering voor het passeren van de tijd, en de verandering in de seizoenen die deze teweeg brengt. Waar wij Nederlanders vaak van heinde en verre ingredienten importeren om het hele jaar door te kunnen genieten van exotisch eten, is het in Japan veel normaler om seizoensgebonden groentes te kopen en bereiden. Een cynist zal zeggen dat het komt omdat het Japanse eten wél het hele jaar door lekker smaakt, maar dit bewustzijn zie je ook terug in andere gebruiken. Het Japanse schooljaar begint  bijvoorbeeld gelijktijdig met de natuur: in de lente.

Pruimenbloesems

In Japan kent elk jaargetijde zijn eigen evenementen, en voor de lente is dit hanami. De fruitbomen staan in bloei en de pracht aan de pruimenbomen wordt slechts overschaduwd door die van de kersenbloesems. Te meer omdat deze schoonheid van slechts tijdelijke aard is (vaak nog geen twee weken!), wordt er in Japan veel waarde gehecht aan het ervaren van dit fenomeen. Dit wordt dan ook op grote schaal gedaan, vaak onder het genot van wat te eten. De meest typische snack is onigiri – rijstballen. Van oudsher is onigiri een van het meest gebruikte eten voor op reis. Ook in vele lunchpakketjes zitten ze verstopt.

Tegenwoordig zijn de onigiri op elke straathoek te koop bij een convencience store (een kleine winkel tussen een kiosk en supermarkt in), maar ook elke huisvrouw heeft een eigen recept. Zalm, tonijnvlokken of ingemaakte pruim, er zijn allerlei varianten, en subtiele verschillen in recept. Met de onigiri op zak wordt er een soort picnick georganiseerd tussen of onder de bloesems. Twee weken lang zijn er groepjes oma’s, huisvrouwen, gezinnen, klasgenoten en collega’s te vinden op de beste plekjes. Hoewel er veel kernsenbloesems geplant staan, kent elke regio zijn eigen hoogtepunten.

Door het soms grilligie voorjaars weer is het altijd lastig te voorspellen wanneer de bomen in bloei zullen staan, en menig toerist heeft zich erop verkeken bij het maken van zijn/haar reisschema. Gelukkig kunnen we ook in Almere genieten van deze prachtige bloesems, bijvoorbeeld in de Eikenstraat in Parkwijk. Heb je tips voor mooie plekjes om kersenbloesem te zien? Laat het ons weten.

Ben je meer een binnenmens? Of valt het voorjaarsweer erg tegen? De Japanse animatiefilm byosoku 5 senchimetoru (5 centimeters per second) geeft een iet wat trage, maar prachtig en levensecht geanimeerde blik op het dagelijks Japanse leven tegen een achtergrond van kersenbloesems, die volgens de overleving met 5 centimeter per seconde naar beneden dwarrelen.

Screenshot van de film byosoku 5 senchimetoru

Yuwakai Lentestage 2017

 

Het programma voor de volwassenen:

Vrijdagavond 7 april (Rotterdam, Slaak 15)
19:30-21:00 Chris de Jongh

Zaterdag 8 april (Almere, Nimfenplein 1)
10:30-11:30 Erik Louw
11:30-12:30 Chris de Jongh
12:30-13:30 Pauze
13:30-14:30 Proefexamens en dangraad-uitreiking
14:30-15:30 Erik Louw
15:30-16:30 Chris de Jongh

Zondag 9 april (Amsterdam, Lizzy Ansinghstraat 88)
10:30-11:30 Erik Louw
11:30-12:30 Chris de Jongh
12:30-13:30 Pauze
13:30-14:30 Proefexamens en dangraad-uitreiking
14:30-15:30 Erik Louw (Themales: overeenkomst Katori Shinto Ryu en aikido)
15:30-16:30 Chris de Jongh (Themales: overeenkomst Niten Ichi Ryu en aikido)


Het programma voor de jeugd:


Vrijdagavond 7 april (Rotterdam, Slaak 15)
18:30-19:30 Thomas Huygen

Zaterdag 8 april (Almere, Nimfenplein 1)
09:00-10:00 Erik Louw
10:00-12:00 Film: Ponyo on the Cliff by the Sea
12:00-12:30 Lunch
12:30-13:30 Jeanette Tanis

Kihon en ki no nagare

Bij het beschrijven van aikido technieken wordt er vaak gerefereerd aan kihon en ki no nagare. Het feit dat in beide termen “ki” voor komt, impliceerd dat deze twee woorden iets met elkaar te maken hebben, maar niets is minder waar.

Taisabaki Aikido Almere
De basis: taisabaki

Kihon (基本) is een algemeen Japans begrip wat letterlijk “basis wortel” betekent. De basis dus, die aan de wortel ligt van je ontwikkeling. Hoewel een algemene term, wordt het vooral veel gebruikt voor allerhande krijgskunsten. Toch kan de betekenis voor deze krijgskunsten sterk verschillen. Wat over het algemeen tot kihon wordt gerekend zijn de basisstapjes, houdingen, valtechnieken; de bouwstenen waar de rest van de training mee gevormd wordt. Als men naar technieken kijkt wordt het een stuk lastiger, bij judo zijn heupworpen bijvoorbeeld een van de eerste dingen die je leert, sommigen zullen het een onderdeel van de judo-basis noemen, terwijl bij aikido dit een (ver) gevorderde techniek is.
Ook binnen aikido is het lastig om specifieke technieken als “kihon” aan te wijzen. Wat vanaf de ene aanval een heel logische en simpele techniek is, is vanaf een andere aanval heel lastig. Verschillende stijlen zullen ook verschillende technieken als basis nemen. Bij Aikidojo Poort zijn er zes technieken die je als eerste zult leren, die technieken zou je “kihon” kunnen noemen. Deze technieken zijn:

Aikido Almere Ki no nagare
Een dynamische uitvoering van een basis techniek
  • Ikkyo
  • Nikyo
  • Irimi-nage
  • Tenchi-nage
  • Shiho-nage
  • Kote-gaeshi

Ki no nagare (気の流れ) is een Japans begrip wat letterlijk zoiets als “het stromen van energie” betekent. Vrij vertaald zou je kunnen spreken van “dynamisch trainen”. Het wordt vaak gebruikt in contrast met kihon – de basis, maar deze begrippen staan eigenlijk los van elkaar. De ki in kihon doelt op de basis, de ki in ki no nagare op energie.
De eerste technieken die je bij aikido leert zul je in het begin redelijk statisch oefenen. Je wordt vast gepakt en loopt stap voor stap door de techniek heen. Zodra dit beter gaat kun je langzaam dynamischer gaan oefenen, bijvoorbeeld trainen zonder te stoppen, of niet meer wachten tot je vastgepakt wordt maar al beginnen met bewegen. In die zin is ki no nagare iets wat je oefent als je de basis kent, maar dit kun je nogsteeds met kihon-waza (basis technieken) doen. Je kunt dus ook niet spreken van “ki no nagare technieken”, het is een manier van trainen.

Deze twee begrippen zijn dus niet tegengesteld. In de basis hebben ze niets met elkaar te maken, maar binnen het aikido liggen ze in elkaars verlengde.

Omote en ura

De meeste technieken binnen aikido hebben een omote en een ura kant. Maar wat betekent dat eigenlijk? Veel leraren zullen het vertalen als “voor en achter” of “direct en indirect”, maar zoals zoveel andere Japanse woorden zijn het woorden die zich lastig laten vertalen.

Omote betekent letterlijk “zichtbaar” of “voorkant”. Het wordt gebruikt voor de zichtbare kant van een papiertje wat op tafel ligt,  de voorzijde van een gebouw en de kopzijde van een munt. Ura is hier precies het tegenovergestelde van. De benedenzijde van dat papiertje op tafel, de achterzijde van een gebouw of “munt” wanneer je een muntstuk omhoog gooit.

Voor en achter

Aikido Almere Omote
Een omote techniek: ikkyo

De vertaling “voor en achter” lijkt daarmee helder. Om te onthouden welke kant je op moet bij een techniek wordt vaak als ezelsbruggetje gezegd: “Omote is de Open kant” en “uRa heeft de r van Rug”. Helaas gaat dit niet op voor alle technieken. Veel technieken zoals irimi-nage en tenshi-nage vinden bijna per definitie achter uke plaats. Het is dan apart om een van de twee varianten als “voorzijde” te bestempelen. Op dat moment wordt de omote variant vaak als “directer” uitgelegd. Dit is echter geen officiële vertaling van omote. De reden dat er toch van omote en ura gesproken wordt is waarschijnlijk meer traditioneel.

Het gebruik van omote en ura is ouder dan de meeste krijgskunsten. Vroeger waren krijgskunsten voorbehouden aan de krijgersklasse (de samurai). Er waren verschillende scholen met eigen stijlen. Elke school probeerde de eigen technieken geheim te houden om zo krijgers met een andere stijl te kunnen verrassen en verslaan. Deze stijl-scholen werkten als een soort besloten familie, en het was niet ongebruikelijk om een bloedeed af te leggen, waarmee je je trouw aan een school beloofde.

Zelfverdediging Almere Aikido
Een ura techniek: ikkyo

Elke school deelde haar technieken op in omote en ura. Omote waren de technieken die men toonde aan nieuwkomers, degene die nog geen bloedeed hadden afgelegd, en nog geen sterke band hadden met de school. Pas wanneer iemand het vertrouwen gewonnen had kreeg hij (het waren altijd mannen) een deel van de ura technieken te zien. Hoe loyaler de leerling, hoe meer hij te zien kreeg. Ook hier zie je dus de betekenis “zichtbaar” en “verborgen” terug, alleen is het nu meer metaforisch en niet direct gerelateerd aan de positie ten opzichte van uke.

Open krijgskunst

Aikido is geen “gesloten” krijgskunst zoals bijvoorbeeld Katori Shinto Ryu dat wel is. Er is daarom geen sprake van een bloedeed, en geen sprake van verborgen technieken. Aan het einde van de tweede wereldoorlog is besloten om aikido met zoveel mogelijk mensen over de hele wereld te delen. Dit betekende meteen het einde van de techniek zoals deze uitgevoerd moet worden, en liet ruimte over voor verschillende interpretaties door verschillende leraren en beoefenaars, met alle voor- en nadelen van dien.

Omote betekent “voor” en “zichtbaar”, en kan daarnaast bij aikido duiden op een directere techniek. Ura betekent “achter” of “verscholen” en kan daarnaast bij aikido duiden op een indirecte techniek.

Aisatsu

Aisatsu

Aisatsu is het Japanse woord voor (be)groeten, iets wat Japanners nog veelvuldig doen. Net zoals wij in Nederland decennia geleden mensen op straat begroetten doen de Japanners dit nog steeds regelmatig. Het is een onderdeel van de Japanse beleefdheid. Vaak gaat het om bekenden die je vaker ziet, zonder daar een specifieke band mee te hebben. Bijvoorbeeld de bakker op de hoek, of de viskraam onderweg naar je werk, waar je 3 jaar geleden voor het laatst iets gehaald hebt.

Aikido Almere Aisatsu

Over het algemeen bestaat de groet uit een beleefde kreet, zoals ohayo gozaimasu (goede morgen) of o negai shimasu (ik doe een verzoek). Dit kan eventueel gepaard gaan met een buiging. Kinderen wordt groeten al jong geleerd en vertellen soms ook aan hun ouders dat ze die dag een bepaalde persoon “begroet” hebben.

Begroetingen

Bij aikido gebruiken we een beperkt aantal groeten op de mat, voornamelijk aan het begin en einde van de les. Hier vind je de drie meest voorkomende groeten, met uitleg en vertaling:

o negai shimasu betekent letterlijk “ik doe een verzoek”, maar zouden wij eerder vertalen als “alsjeblieft”. Het is een uitdrukking die veelvuldig gebruikt wordt, zowel losstaand als in combinatie met andere woorden. Bijvoorbeeld wanneer iemand vraagt of je thee wil en je antwoord bevestigend, of wanneer je vraagt of iemand iets voor je kan doen. Binnen aikido wordt het voornamelijk gebruikt aan het begin van de training. Leraar en leerlingen nodigen elkaar dan uit om samen constructief te trainen, en van elkaar te leren.

arigato gozaimashita betekent letterlijk “heel erg hartelijk bedankt” oftewel “dank u wel”. Ook deze uitdrukking is zeer gangbaar in het Japanse leven, vaak losstaand, maar eventueel in combinatie met andere woorden. Bijvoorbeeld wanneer iemand je iets geeft, of voor je gedaan heeft, of wanneer je gevraagd wordt of je thee wilt, en antwoord “nee, dank je”. Binnen aikido wordt het voornamelijk gebruikt aan het einde van de training. Leraar en leerlingen bedanken elkaar voor de training en de wederzijdse inzet.

yoroshiku o negai shimasu is de bekendste en meest voorkomende samenstelling met o negai shimasu. Het is tevens een van de lastigst te vertalen Japanse termen. Letterlijk betekent het zoiets als “ik doe een verzoek voor een goed verloop”. Als dat nog niet vaag genoeg is moet je je realiseren dat dit te pas en te onpas te gebruiken is. Sterker nog, het is bijna nooit fout om het te zeggen.

Een goed verloop

Het goede verloop doelt meestal op een goed verloop van de samenwerking of relatie tussen twee personen. Het is dan ook vaak een van de eerste dingen die gezegd wordt bij een kennismaking, een soort “aangenaam kennis te maken” dus. Het gebruik is echter veel breder. Als er plannen worden gemaakt om ergens af te spreken en iemand moet extra vroeg opstaan om de trein te halen, is “dank je wel” soms iets te zwaar beladen, “succes” iets te broederlijk, en yoroshiku o negai shimasu de juiste respons. In dit geval wordt overigens het verloop van het plan, niet de relatie, bedoelt.

Een ander typisch moment om het te gebruiken is wanneer je een verzoek doet voor een ander. Bijvoorbeeld wanneer een leerling of kind op reis is en een kennis van jou onderdak biedt (een zeldzaamheid). Met yoroshiku o negai shimasu laat je zien dat je dankbaar bent voor het aanbod, en je tegelijkertijd hoopt dat de persoon die onder jouw verantwoording valt zich netjes gedraagt.

Het is een uitdrukking die niet specifiek bij aikido gebruikt wordt. Toch zul je het in de loop der jaren in contact met buitenlandse leraren wel voorbij horen komen. Weet je niet wat je moet antwoorden? Yoroshiku o negai shimasu is altijd een optie.

Tellen in het Japans (voor gevorderden)

Van 1 tot 100 tellen in het Japans mag dan vrij simpel zijn, kopjes koffie of pennen tellen is dat absoluut niet. De Japanners hebben namelijk voor elk object een eigen manier van tellen. Klinkt ingewikkeld? Dat is het ook. Het is enigszins te vergelijken met de Nederlandse woorden sla en chocolade. Niemand zegt “twee sla” of “drie chocolade”, het is “twee kroppen sla” en “drie repen chocolade”, en je moet maar net weten dat je sla in kroppen dient te tellen, en bijvoorbeeld broccoli in stronken. Wat te denken van tenen knoflook en partjes sinaasappel? Ook wij Nederlanders gebruiken dit soort “classificeerders” dus.

De Japanners maken er echter een sport van, en veel mensen weten zelf niet zo goed welke classificeerder zij dienen te gebruiken. Een veel bekeken spelshow heeft zelfs een ronde waarin de classificeerder van specifieke woorden geraden moet worden. Dit is zo lastig dat ze elke week nieuwe opgaven hebben!

Algemene telwoorden

Maar wat doe je dan als je niet weet welk woord te gebruiken? Dan zoek je het best passende algemene woord.

Bier telt men normaal met hai (“kelk”). Maar stel dat je dit niet weet, dan gebruik je gewoon het telwoord voor glas, glas is een langwerpig voorwerp en wordt dus met hon (“wortel”) geteld. Stel dat je dit ook niet weet, dan gebruik je een van de twee algemene telwoorden: ko (dingen die in je hand passen) of tsu (dingen die niet of nauwelijks in je hand passen).

Ko – het past in de hand

Het tellen met ko is makkelijk:

  1. ikko
  2. niko
  3. sanko
  4. etc.

Dit volgt hetzelfde patroon als kyu, voor de kyu-graden en kyo, wat we gebruiken voor klemtechnieken als ikkyo en nikyo.

Tsu – het past niet in de hand

Het tellen met tsu is een stuk lastiger. Bijna alle Japanse karakters hebben meer dan 1 uitspraak, vaak 2, soms 3. Dit geldt ook voor de cijfer-karakters. De standaard uitspraak is degene die iedereen leert: ichi, ni, san, etc., er is echter een tweede uitspraak, en het is deze uitspraak die gecombineerd wordt met tsu om een algemeen telsysteem te ontwikkelen.

Personen – beleefdheid voorop

Personen, een groep die je echt niet met ko of tsu kunt tellen in het Japans, tel je zeer onregelmatig. Als buitenlander wordt je snel iets vergeven, maar personen als een “ding” tellen wordt niet gewaardeerd. De basis ken je al, het is de onregelmatigheid die het lastig maakt. Een en twee personen tel je middels het ‘tsu systeem’, maar dan met ri in plaats van tsu. Vanaf drie personen gaat het net zoals bij ko, maar dan met nin in plaats van ko. Zie de tabel hieronder:

CijferBasisAlternatiefDingen tellen (ko)Dingen tellen (tsu)Personen tellen
1ichihitoikkohitotsuhitori
2nifutanikofutarifutari
3sanmi'sankomittsusannin
4shiyo'yonkoyottsuyonnin
5goitsugokoitsutsugonin
6rokumu'rokukomuttsurokunin
7shichinanananakonanatsunananin
8hachiya'hachikoyattsuhachinin
9kukokonokyuukokokonotsukyuunin
10juutoujuukotoujuunin

Nodeloos ingewikkeld? Absoluut, maar dat is het Nederlands telsysteem ook (zie begin van dit artikel), de Japanners hebben het alleen verder doorgevoerd. Daarnaast zijn de Japanners niet degene die cijfers ineens andersom lezen, zij zeggen gewoon twintig-vijf, in plaats van vijf-en-twintig. Maar is het je opgevallen hoe moeilijk het is om negen kokosnoten te bestellen in het Japans?

Geen zorgen, er wordt niet van je verwacht dat je bovenstaande allemaal weet! Dit artikel is puur bedoeld als achtergrond informatie voor geïnteresseerden.

Tori en uke

Aikido beoefenen in je eentje is lastig. Meestal doe je dit met twee of meer, en meestal is er een vaste rolverdeling. Deze rollen worden omschreven als uke en tori (of nage, afhankelijk van de school). Deze termen zijn afgeleid van de Japanse werkwoorden voor nemen en ontvangen, maar hebben een veel bredere betekenis.

Tori
Aikido Almere Poort
Tori (in wit) voert een techniek uit bij uke (met hakama)

De term tori komt van toru, wat “pakken” of “nemen” betekent. Tori is de persoon die de techniek uitvoert, maar de letterlijke vertaling laat zien waarom een aantal scholen ervoor kiezen om deze rol te omschrijven als nage. Tori impliceert namelijk dat het tori is die het initiatief neemt, dat tori degene is die uke vastpakt en dit past niet altijd bij het vredelievende beeld wat wij hebben van een aikidoka, die slechts zichzelf verdedigt.
Voorstanders van de term tori halen soms het argument aan dat het pakken slaat op wat er gebeurd nadat de aanval van uke is ingezet. Of dat een goede krijger een aanval voelt aankomen en als eerste handelt, een soort preventieve reactie, waarmee tori dus inderdaad een soort initiatief neemt, maar toch verdedigend optreed.

Nage

Een veel gebruikt alternatief voor tori is de term nage, van nageru, wat “werpen” betekent. Dit is een neutralere term, die in een aantal dojo binnen en buiten Japan wordt gebruikt. Ook deze term is niet volledig correct, omdat je lang niet bij alle technieken je partner werpt. Daarnaast is nage naast “werper” ook ter vertalen als “worp”. Dit kan weer voor andere verwarringen zorgen.

Uke

Uke komt van ukeru wat in de meeste gevallen “ontvangen” betekent. Het kan tevens “hebben” of “accepteren” betekenen, of zelfs “ondergaan”. In Nederland wordt uke vaak omschreven als de aanvaller, de agressor. Het is juister om te zeggen dat uke de persoon is die de techniek ontvangt, of ondergaat, hoewel het belangrijk is uke niet een te passieve rol toe te dichten. Uke is minstens zo belangrijk in aikido als tori, uke is degene die in veel gevallen de energie geeft.

Er is veel discussie geweest, en zijn vast boekwerken geschreven, over het gebruik van tori en nage, en de rolverdeling ten opzichte van uke. De meest treffende vergelijking die ik ben tegengekomen is die van een gesprek. Tori (of nage) spreekt, en uke luistert. Echter, als uke geen contact maakt met tori, en zijn hoofd afwend, vindt er geen “goed” gesprek plaats. Uke en tori zijn twee koppen van dezelfde munt, en de een bestaat niet zonder de ander. Het is dan ook belangrijk beide rollen goed te leren uitvoeren.

Senpai en Kohai

Aikido is een Japanse krijgskunst, en hoewel we het in een westers land beofenen, krijgen we wel veelvuldig te maken met de Japanse cultuur. Een belangrijk onderdeel van de Japanse cultuur zijn de hiërarchische verhoudingen. Dit gaat niet alleen over de relatie tussen leraar en leerling, of tussen baas en ondergeschikte. Er is in Japan ook een belangrijke relatie binnen een groep samenwerkende mensen. Namelijk die van Senpai* (senior) en Kohai (junior). Dit komt tot uiting op de meest veelzijdige plekken zoals school, sport en kantoor.

Senpai is net zoals veel Japanse woorden opgebouwd uit 2 karakters: sen 先 en pai 輩. Dit is dezelfde sen als bij sensei/leraar en het betekent wederom voorgaand. 輩 betekent zoiets als “medemens” het wordt in allerlei combinaties gebruikt om groepen mensen mee aan te duiden: collega’s, bejaarden, jongeren, etc.

Senpai wordt dan ook zowel in enkelvoud gebruikt om iemand direkt mee aan te spreken, als gebruikt om de algehele groep met gevorderden mee aan te duiden. Net als sensei is senpai een beleefdheidsterm en het wordt vaak verkozen boven het gebruik van iemands naam, bijvoorbeeld: “Hallo senpai.”, “Bedankt senpai.” etc.

Ook kohai is opgebouwd uit 2 karakters: ko 後 en hai 輩. Het tweede teken in senpai en kohai is dus hetzelfde, toch verschilt de uitspraak. Lees meer hierover op de pagina over uitspraak.

後 is precies het tegenovergestelde van 先, het betekent later. Kohai betekent dus “zij de later kwamen”, of minder gevorderden. Echter, in tegenstelling tot senpai en sensei is het geen beleefdheidsvorm en wordt daarom meestal niet gebruikt om iemand persoonlijk mee aan te duiden.

Leerlingen op volgorde van ervaring aan het begin van de les

Senpai betekend dus hogere jaars/senior, terwijl kohai lagere jaars/junior betekent. Je zou dus denken dat alle hogere jaars op school met senpai aangesproken worden. Hoewel dit op sommige, zeer traditionele, scholen misschien het geval is, is dit zeker geen algemeen gebruik. Dit komt omdat de relatie tussen senpai en kohai een zeer persoonlijke is.

In Japan is het normaal voor scholen om verschillende sport en culturele clubs te hebben waar leerlingen na school aan mee doen. Dit eist veel tijd op (3-4 dagen per week) en leerlingen van dezelfde club brengen veel tijd met elkaar door. Het is voornamelijk binnen dit club verband dat men een ander met senpai aanspreekt, bijvoorbeeld wanneer men een hogere jaars van de eigen club tegenkomt in de wandelgang.

Er wordt hierbij vanuit gegaan dat deze hogere jaars zekere taken in het club belang op zich neemt, zoals administratie, contact met leraren, onderhandelingen met andere clubs, en het welzijn en de vooruitgang van de lagere jaars. De lagere jaars doen op hun beurt hun best taken over te nemen van de hogere jaars om hun lasten te verlichten. De schoonmaak is hiervan een goed voorbeeld. Hoewel de hogere jaars hier vaak mee beginnen, worden ze al snel weggestuurd door de lagere jaars die het werk over nemen. Hiermee laten de lagere jaars zien dat ook zij verantwoordelijkheid willen dragen en uit respect naar de hogere jaars de mindere klusjes opknappen. De hogere jaars mogen er echter niet van uit gaan dat de lagere jaars dit zomaar doen, dat zou immers arrogant zijn.

Aikido Jeugd Almere
Een gevorderde aikidoka helpt een beginnende

Niveau heeft met dit systeem niets te maken. Ook al leert iemand veel sneller en heeft een hogere graad dan iemand die er al langer rondloopt maar niet zo snel leert, zolang de persoon die er eerder was regelmatig komt en zich inzet voor de club, zal hij/zij altijd senpai blijven. Vergelijk het met twee broers: de een is ouder, maar klein van stuk, de jongere broer is 20 centimeter langer. Toch zal de oudere broer altijd de oudste zijn. Of er in clubverband ook een langdurige senpai-kohai band ontstaat, zoals tussen twee broers, is afhankelijk van de betrokken personen.

Senpai is dus iemand die al langer bij de club hoort dan jij en zich voor het belang van de club (en jou) inzet. Het is niet iemand die zich alleen bezig houdt met trainen op zijn niveau en zich te goed voelt om matten te sjouwen, maar juist iemand die de matten neerlegt voor de training begint, de leraar helpt met de administratie en met minder gevorderden traint om hen te helpen leren. Kohai is dus iemand die korter bij de club is dan jij en waar jij je in principe over ontfermt. Daarvoor in de plaats zal die persoon jou helpen jouw taken als senpai te verrichten en wellicht aanbieden te helpen met opruimen.

 

*Ook geschreven als sempai. Klik hier voor uitleg.

Seito

Aikido Almere Leerling
Japanse middelbarescholieren

Het Japanse woord voor leraar, sensei, is bijna alom bekend. Voor leerling zijn meerdere woorden te vinden in het Japans, allen wat minder ingeburgerd in het westen. Op scholen wordt meestal 生徒 [seito] (leerling) gebruikt, voor universiteiten 学生 [gakusei] (student). Traditioneel werd vaak 弟子[deshi] gebruikt. Deze term kom je dan ook geregeld tegen in de oudere (aikido) teksten.

弟 betekent “jongere broer”, terwijl 子 “kind” betekent. 子 wordt in zeer veel combinaties gebruikt om jongere personen mee aan te duiden. De twee karakters samen betekenen een soort “leerjongen”, zoals jongens vroeger in de leer gingen bij een ambacht. Het is een woord dat vooral in de oudere (aikido) teksten wordt gebruikt.

Het was vroeger heel normaal om leerjongens in huis te hebben wonen. Deze leerlingen werden uchi-deshi genoemd (内弟子), waar 内 binnen betekend (zelfde uchi als bij b.v. uchikaiten). Ook Osensei heeft verschillende uchi-deshi gehad. Deze uchi-deshi hielpen mee in het huishouden en het onderhoud van het huis. In ruil daarvoor kregen zij zeer veel en persoonlijke scholing in aikido, wat deze uchi-deshi tot ontzettend begaafde aikidoka maakte.

Tegenwoordig wordt, ook bij aikido, in plaats van deshi echter meestal seito gebruikt. Dit geeft de veranderde relatie tussen leerling en leraar weer, en laat misschien wat meer ruimte over voor de vrouwelijke aanwezigheid op school. Ook het begrip seito is opgebouwd uit 2 karakters: sei 生 en to 徒. 生 is hetzelfde begrip als bij leraar, ook hier geeft het iets levends aan. 徒 daarentegen is een weinig voorkomend karakter. Het betekend “leeg”, of “ongevormd”.
Seito zou dus uitgelegd kunnen worden als iemand die nog ongevormd is en nog veel moet leren. In dat opzicht bijna het tegenovergestelde van sensei. Uiteindelijk maakt het niet uit of je seito bent of deshi, als je maar met plezier traint.