Zanshin (残心) is een van de ongrijpbare begrippen binnen aikido. Wat er veelal mee bedoeld wordt is dat men alert moet blijven voor, gedurende en vooral ook na afloop van een techniek. Met andere woorden: een stukje aandacht overhouden aan het einde van de techniek. Het karakter zan (残) betekent “overblijven” en het karakter shin (心) betekent hart of geest. De karakters samen betekenen dus letterlijk “achtergebleven hart of geest”.
Typische voorbeelden van iemand die geen zanshin toont: ontspannen, bijna nonchalant, staan, tijdens de techniek bezig zijn met het koppel naast je of meteen wegdraaien om weg te lopen zodra uke gegooid is.
Iemand die wel zanshin toont staat al netjes in kamae voor de aanval van uke begint, is bewust bezig met de techniek correct uitvoeren (met oog voor het welzijn van uke), en blijft ook na de worp op uke gericht in kamae staan.
Het nut van zanshin
Zanshin is enerzijds een goede oefening voor het lichaam, je spendeert langer in een lage, stevige, en tevens fysiek zware houding. Maar het is vooral een goede oefening voor de hersenen. Concentreren op 1 persoon en actie, terwijl er van alles om je heen gebeurt is lastig, maar ook heel nuttig.
Ook voor de veiligheid is een goede zanshin belangrijk. Als tori ben je verantwoordelijk voor het welzijn van uke. Het is belangrijk om uke zowel tijdens als na de techniek goed in de gaten te houden om botsingen te voorkomen. Op een (over) volle mat kan dit gedeeltelijk ten koste gaan van je eigen houding, de winst zit hem dan in de veiligheid en het trainen van je concentratie.
Tot slot ziet het werken met een goede zanshin er natuurlijk een stuk beter uit, daarom is het voor een goede demonstratie onontbeerlijk. Dit alles maakt zanshin tot een belangrijk concept binnen aikido en is daarom een van de aspecten die beoordeel worden tijdens de examens.
